Vlaams Fonds

Home > 101 >Ton Van 't Hof

Ton Van 't Hof

Vragen of iets (dicht)kunst is, is vragen om moeilijkheden

Over Nederlandstalige flarf

Enkele jaren geleden vroeg ik me af of flarf zou verglijden of een blijvertje zou zijn1. Het omstreden poëziefenomeen was toen nog uitsluitend een Amerikaanse aangelegenheid. Intussen wordt de collagetechniek ook door Nederlandstalige dichters toegepast. In dit artikel zal ik de Nederlandstalige flarf introduceren.


Flarfdichters verwerken internet zoekresultaten in hun gedichten. In het begin schreven ze als daad van verzet tegen malafide uitgeverspraktijken aanstootgevende en infantiele poëzie, maar geleidelijk aan werden de dichters ambitieuzer en werd hun werk serieuzer. De laatste jaren hebben verscheidene Amerikaanse flarfdichters bundels in gedrukte vorm uitgebracht, waarin niet alleen het ‘politiek incorrecte’ wordt verkend maar ook ‘zeer charmante flarf’ voorkomt, evenals flarf met pathos en ‘spektakel kitsch’2. De storm der verontwaardiging die zij aanvankelijk met hun werk opwekten is ondertussen wat gaan liggen. Met de groeiende aandacht voor flarf van gevestigde critici als Ron Silliman en Kenneth Goldsmith lijkt de canonisering van deze avant-gardebeweging langzamerhand in gang te worden gezet. Zo schreef Goldsmith onlangs het volgende: ‘Today, we have immense information moving capabilities at our fingertips and new movements like Conceptual Writing or Flarf are the correct responses for our time. If writing is not taking these new conditions into its poetics, it simply cannot be considered contemporary.’3


Nederlandstalige flarfdichters


Ook een aantal Nederlandse en Vlaamse dichters voelt zich aangetrokken tot flarf. Via internet waaide het fenomeen over en begin 2006 verschenen op websites en blogs de eerste Nederlandstalige flarfsels. De aantrekkingskracht van flarf blijkt niet steeds gelijk te zijn. Erwin Vogelezang, die zich sinds kort met flarf bezighoudt, omschrijft hem als volgt: ‘Je hebt een soort afstand tot de bouwstenen, die me bijzonder aanspreekt, omdat juist die afstand vrijheid schept.’ Hans Kloos stipt in een lezing het botsen der betekenissen aan: ‘Incongruente tekstflarden worden door hun opeenvolging gedwongen juist wel te congrueren waardoor een sterfbedfoto ineens iets met een lekke band te maken krijgt en een deegworst een verband aangaat met Alzheimer. Dat prikkelt de verbeelding en soms ook de lachspieren.’4 Ikzelf ben vooral gefascineerd door de ‘barokke uitstorting van vuilnis, waarbij “vuilnis” staat voor zowel het gebruik van aanstotelijke taal als voor maatschappelijke misstanden, die regelmatig in flarfsels aan de kaak worden gesteld.’ De aantrekkingskracht van flarf is dus divers. Het flarfprocédé kent ook geen vast omschreven regels, er is géén manifest of gemeenschappelijk poëticaal idee (flarf is dan ook geen conceptuele poëzie). Iedere dichter duikt op zijn eigen wijze met behulp van zoekmachines in de taalbrei van het internet. Het verwerken of ‘patchen’ van de vangst gebeurt eveneens telkens op een verschillende manier. Dit leidt, zoals u hieronder zult zien, tot flarfsels met een eigen signatuur.


Mark van der Schaaf is een Nederlandstalige flarfdichter van het eerste uur. Zijn snel evoluerende werk wordt gekenmerkt door een lyrisch ik dat met zachte stem zijn verhouding tot de ander en het andere onderzoekt, waarbij het ‘andere’ ook regelmatig de poëzie zelf betreft:


De resultaten zijn gegroepeerd


Ik heb eens gedanst in een schreeuwballetstuk

jouw verhaal brengt die ervaring weer helemaal tot leven.

Grappig, dacht ik, zij gaat hetzelfde bos in


ze grijpt iemand (liefst een ouder iemand) op straat vast

en schreeuwt in zijn gezicht. Tja, ik ben fysiek

niet sterker dan mijn honden


dit toveren is eigenlijk ook geweld

want er gaat zeker een dreiging van uit


zij zei: Wir sterben niemals aus.

Eén ding wat zeker is, in mijn hart

zul jij altijd blijven voortleven

ik heb jou tötgeliebt.


Is dat een leuke afwijking

of gewoon een lage opleiding?

Het signatuurtje spreekt voor zich.

Ik ga je zeker bij de links plaatsen.


De beweegredenen van Jeroen van Rooij om tot flarf over te gaan zijn ideologischer getint dan die van de meeste andere Nederlandstalige flarfdichters. In een interview5 zegt hij: ‘Mijn flarf laat juist zien hoe Google en de uitingen die het selecteert ideologisch geladen zijn. Heel erg ideologisch geladen zelfs. En dat die ideologie Das Kapitalismus is.’ Door zoekresultaten ‘kritisch’ in te zetten wil Van Rooij de achterkant van het ‘vooruitgangsdenken’ tonen als ‘een hopeloze strategie om je eigen tekortkomingen te camoufleren of te overschreeuwen.’ De volgende regels zijn afkomstig uit zijn gedicht ‘Onderhand wel bijna dood ja’:


Heb jij deze verwoestende woorden ooit gehoord:

Welkom bij Paradisio Bambolino! Uw babyspeciaalzaak

is door de navelstreng gekropen en heeft zichzelf geworgd.


Een interessant flarfproject is van de hand van Nanne Nauta. Hij haalde de Universele verklaring van de rechten van de mens door de zoekmachine en stelde uit de zoekresultaten nieuwe artikelen samen. In deze artikelen, die in Krakatau werden gepubliceerd, laat Nauta woorden en zinsdelen onverwachte verbindingen met elkaar aangaan, die soms hilarisch zijn en dan weer tot nadenken aanzetten:


Artikel Zesentwintig

Renate?s vijfjarige dochtertje is meervoudig gehandicapt en

volgt daarom speciaal onderwijs, maar niet altijd tot genoegen.


ER MOET IETS GEBEURD ZIJN.

Zo heeft de buurvrouw tegenover Joop een

Kinderdagcentrum en woont Wupke met haar ouders in een hut,

zo'n aanpassing uit zelfbescherming.


Een paar boten verder is er ook de mogelijkheid van het drie

gangendiner, dat noemen we in de onderwijswereld adaptief

onderwijs.


Het zijn ondernemers die de wereld veranderen.


Van Ruben van Gogh is een flarfgedicht te vinden op een Gesammtkunstwerke dat hij met beeldend kunstenaar Jason Eden maakte. Het kunstwerk stelt anderhalve been voor en bestaat uit stukjes tijdschrift en filmposter. Ergens halverwege las Van Gogh de woorden ‘informatieve dinosauriër’, die hij vervolgens als zoektermen gebruikte. Uit de zoekresultaten ‘componeerde’ hij het gedicht ‘Opzet’, dat daarna op het kunstwerk werd aangebracht. Het procédé leverde prachtige regels op als ‘DNA-strengen zijn aangevuld met die/ van huppelende elfjes./ Wat zit er onder?


‘Ik zal mij niet blindelings tot het flarfen bekeren,’ schrijft Hans Kloos, ‘maar ik kan me goed voorstellen dat ik het procédé zo nu en dan zal gebruiken om te kijken of er iets werkbaars uitrolt dat ik geheel volgens eigen maatstaven naar eigen hand kan zetten.’ Het levert, als hij het doet, onvergetelijke regels op, zoals deze (bij het zien van een ‘sterfbedfoto’): ‘het klink misschien vreemd/ en ik wil het lijden/ zeker niet wegcijferen hier,/ maar meld oma uiterlijk 13 april aan.’


Sven Staelens is, voor zover mij bekend, de enige Vlaamse dichter die serieus flarft. Op zijn weblog letter.s geeft hij zijn visie weer: ‘Want flarf is en blijft poëzie. In beginfase verschilt de flarfdichter niet van de traditionele dichter: hij vertrekt van een beeld, een citaat, een woord, van de inspiratie van het moment, al dan niet binnen een voor hem belangrijk thema. Waar de traditionele dichter voornamelijk datamining toepast op zijn brein, zal de flarfdichter zijn startpunt gebruiken in zoekmachines op het www. Het spel van connecties, connotaties, intertekstualiteit, verschuivingen en permutaties (technieken van de traditionele dichter) wordt dan gespeeld met wat beschikbaar is in de paginacontent van de zoekmachine. De flarfdichter gaat in andermans clutter op zoek naar wat relevant (of juist irrelevant) is voor de creatie van zijn gedicht.’6 Onlangs verschenen in Kosmose flarfwerk van Staelens, waaronder dit gedicht:


Bijtluststimulerende middelen


86, OPUS 74 -

gepatenteerde letters verboden

azijn en suiker en mooie rode wijn

als stenen flessen en kruiken

de frees helemaal tilt

absolute integratie als

levensvatbaarheid verorberd


wat zijn jouw spinnekopgevoelens,

Charlotte aux fraises


Wie vertrouwd raakt met het werk van Nederlandstalige flarfdichters, waartoe ook nog Willem Bongers en ikzelf behoren, herkent gemakkelijk het individuele handschrift, de keuzes, toonzetting en eigen stem van iedere dichter. Daarin verschilt flarf geenszins van ‘zelfgemaakte’ poëzie. Afgezien van het gebruik van zoekmachines lijkt er geen gemene deler te zijn. Iedereen heeft zo zijn eigen pretenties. Een opvallend verschil met Amerikaanse flarf is overigens de afwezigheid van politiek incorrecte, aanstootgevende gedichten. Ze komen in het Nederlandstalige flarfoeuvre nauwelijks voor. Ik weet niet of dit met een zekere schroom te maken heeft of met desinteresse. Erwin Vogelezang zei laatst over deze vorm van branieschopperij: ‘De lol gaat er dan snel af.’


Ik wil besluiten met een gedicht, waaraan de titel van dit artikel is ontleend, uit de nu al klassieke flarfcyclus van Jeroen van Rooij, Zeg eens: wat in je mond ligt, waarin hij ‘lezerreacties’ op dichttalent.nl heeft verwerkt:


Vragen of iets (dicht)kunst is,

is vragen om moeilijkheden,

al eeuwen wordt daarover gesproken,

kunst of niet. The greatest love. 2006.


The greatest love - Liefde voor je kind

van dit moment en tevens


liefde in opdracht is geen liefde

en zeker ook geen kunst, denk ik.

Ik heb beter van je gezien/gelezen cor.


Ik, bijvoorbeeld, kan en mag liefhebben

zoals ik dat wil, kan en mag, maar

dat deze ontstolen is door de kok

van het schip. Ook als je gek doet.


Warme liefdevolle groetjes,

Sunny Mark.


In 2009 zal bij Uitgeverij De Contrabas een bloemlezing verschijnen van Nederlandstalige flarf, waarin nieuw werk wordt opgenomen van Willem Bongers, Ruben van Gogh, Hans Kloos, Nanne Nauta, Jeroen van Rooij, Mark van der Schaaf, Sven Staelens, Erwin Vogelezang en mijzelf.


Ton van ‘t Hof publiceerde in eigen beheer de eerste Nederlandstalige flarfbundel, Je komt er wel bovenop (Uitgeverij Stanza, 2007). Onlangs verscheen Chatten met Jabberwacky. Gedichten 2005-2008 (Uitgeverij Stanza, 2008), dat op zijn persoonlijke weblog, 1hundred1, gratis te downloaden valt.

2 Poëzie voor klootzakken?, Ton van ‘t Hof, 2007, http://decontrabas.typepad.com/de_contrabas/Flarf_lezing.pdf

3 Conceptual Poetics: An Editorial Pause, Kenneth Goldsmith, 2008, http://poetryfoundation.org/harriet/2008/06/conceptual_poetics_an_editoria_1.html

4 Kloos in flarfland, Hans Kloos, 2007, http://home.hetnet.nl/~kolos/flarf/index.htm#begin

5 Dichten als doctor Frankenstein, Willem Bongers & Dennis Dams, 2007, http://www.tijdschriftvooys.nl/artikelen/jeroenvanrooij.pdf

© Ton Van 't Hof

inhoudsopgave nr. 101


abonneren

Een abonnement op de papieren versie van De Brakke hond kost slechts 32 euro. Klik hier voor een abonnement.

Nummer nabestellen? klik hier.

boekenlinks

Proxis
boekenbank
DBNL

Over De Brakke Hond

De Brakke Hond is geen tijdschrift voor hondenliefhebbers die zich interesseren voor hondenvoeding, hondenverzorging, puppies en hondenvakanties, het bevat 100% literatuur.


nieuwsbrief

Schrijf u in op onze nieuwsbrief "Letters". Vul hier uw e-mailadres in:


AanmeldenAfmelden


Powered by YourMailinglistProvider.com